Tafels & Optellen - Bestuderen
Vak: Rekenen, Groep: 4-6
Introductie
Rekenen is als een spier: hoe meer je traint, hoe sterker je wordt!
Vandaag leren we de basis van het snelle rekenen.
- Tafels helpen je om grote groepen snel te tellen.
- Optellen helpt je bij het winkelen op de markt.
Succes, reken-kampioen!
Begrepen1. De Tafel van 2 (Verdubbelen)
De tafel van 2 is hetzelfde als alles verdubbelen.
| 1 x 2 = 2 | 6 x 2 = 12 |
| 2 x 2 = 4 | 7 x 2 = 14 |
| 3 x 2 = 6 | 8 x 2 = 16 |
| 4 x 2 = 8 | 9 x 2 = 18 |
| 5 x 2 = 10 | 10 x 2 = 20 |
Tip: Denk aan tweetallen, zoals twee schoenen of twee vleugels van een vogel.
Begrepen2. De Tafel van 5 (Kwartier-ritme)
De tafel van 5 eindigt altijd op een 0 of een 5.
- 5, 10, 15, 20, 25, 30...
- Denk aan de vingers aan je hand.
- 2 handen = 10 vingers (2 x 5).
3. Slim Optellen (Vriendjes van 10)
Sommen maken gaat sneller als je de 'Vriendjes van 10' kent:
- 1 + 9 = 10
- 2 + 8 = 10
- 3 + 7 = 10
- 4 + 6 = 10
- 5 + 5 = 10
Als je weet dat 7+3=10 is, dan weet je ook dat 17+3=20 is!
Begrepen4. Over het Tiental springen
Hoe reken je 8 + 5 snel uit? Gebruik de 10 als tussenstation!
- Eerst van 8 naar 10 (dat is +2).
- Hoeveel blijft er van de 5 over? (5 - 2 = 3).
- Dan 10 + 3 = 13.
Som: 8 + 2 + 3 = 13
Begrepen